De afgelopen week heb ik een heel dikke Merci naar de oud-mentor van mijn middelbare school gestuurd. De doos chocola is niet geretourneerd, dus ik ga er maar vanuit dat hij goed is aangekomen en dat hij de geste kan waarderen. In ieder geval vind ik dat hij het heeft verdiend, want op jaarbasis zal ik ondertussen duizenden euro’s hebben overgehouden aan zijn studieadvies.

Dat zit zo. Toen ik lang, lang geleden bij hem op zijn werkkamer moest komen om te spreken over mijn toekomstplannen voor een vervolgopleiding, kon ik niets anders bedenken dan dat ik Nederlands wilde gaan studeren. Dit om de doodeenvoudige reden dat ik het liefst de hele dag las en vermoedde dat ik daar bij een letterenstudie voldoende gelegenheid voor zou krijgen.

Nu was mijn mentor toevallig ook mijn leraar Nederlands en je verwacht dan dat zo’n man gevleid is door je keuze. Hij wist dat ik veel las. In de vakanties hielden we stilzwijgend wedstrijdjes wie de meeste boeken verslond en die won ik steevast. Ik haalde twee tot drie boeken per dag en op die manier kon ik er in een kerstvakantie gemakkelijk een paar oeuvres doorheen jassen.

Ik dacht dat hij mijn keuze wel zou waarderen, maar gek genoeg raadde hij me een studie Nederlands af en stelde in plaats daarvan psychologie voor. Nog gekker is dat ik dat advies zonder mankeren heb opgevolgd, terwijl ik normaal gesproken iedere poging om me in een bepaalde richting te sturen saboteer. Hoe dan ook, ik ben psychologie gaan studeren en ben vervolgens ook psycholoog geworden.

Daar kan ik best mee leven (je moet toch wat zijn), maar soms heb ik nog wel eens spijt van mijn beslissing en meen ik zeker te weten dat er een briljante letterkundige aan mij verloren is gegaan.

Toen ik vorige week echter las dat letterkundigen onder afgestudeerde academici het minst verdienen en vaak ook nog het langst moeten zoeken naar een baan, prees ik me toch maar even gelukkig. Ik hoef niet zo nodig schatrijk te worden, maar ja, ik heb zo ook mijn onkosten en een beetje aangenaam kunnen leven is niets mis mee.

Met wat ik allemaal wel niet in mijn mond heb laten doen, had ik thuis een flinke verbouwing kunnen bekostigen

Niet dat het met mijn carrière als psycholoog, die halverwege de jaren tachtig begon, meteen een vetpot was. Mijn eerste aanstelling betrof anderhalve dag en het duurde alles bij elkaar een tijdje voor ik boven het bestaansminimum wist uit te krabbelen. Maar inmiddels kan ik er heel aardig van leven.

Ondertussen begrijp ik wel dat een advies om tandheelkunde te studeren financieel nog beter had kunnen uitpakken. Tandartsen hebben na hun studie het vooruitzicht op het hoogste salaris en dat verdubbelt dan ook nog in korte tijd.

In plaats van tandarts te worden, heb ik in de loop der jaren echter een flink bedrag naar tandartsen toe gebracht. Met wat ik allemaal wel niet in mijn mond heb laten doen, had ik thuis een flinke verbouwing kunnen bekostigen. Maar goed, daar moet je ook niet aan denken, aan verbouwen.

Dat de verschillen pijnlijk groot kunnen zijn, realiseerde ik me toen ik jaren geleden voor de halfjaarlijkse afspraak mijn tandarts in Haren bezocht. In Haren leven ze acht jaar langer dan in Oude-Pekela, waar armlastige letterkundigen net een huis kunnen betalen.

Ik was de laatste patiënt voor zijn middagpauze. Terwijl ik zonder al te veel schade zijn praktijk verliet en opgelucht op mijn Gazelle-herenfiets sprong, zag ik hem in zijn Porsche 911 Carrera S-cabriolet met een adviesprijs van 174.300 euro schieten en wegscheuren.

Het stomme is dat ik de tandartsenbranche met die enorme doos chocola ook nog aan nieuwe klandizie heb geholpen.